Met je rijstress op Fuerteventura – Part 2

Lieve allemaal,

Ik moest even verhuizen, 60 nieuwe meubels kopen, 73 kilo spullen uitzoeken, op vakantie, een housewarming geven (familie), nieuwe woonplaats verkennen, nieuw vrijwilligersbaantje starten, nog ‘ns op vakantie, weer een housewarming geven (vrienden) en nog werken en leven enzo… dus deel 2 liet even op zich wachten, maar hier komt ‘ie dan!

*RECAP*
In 2019 ben ik op vakantie geweest naar het mooie Fuerteventura waar ik Spaanse lessen heb gevolgd en, samen met mijn Renault Clio, vele leuke avonturen heb beleefd. In deze ‘blogserie’ deel ik echter vooral de minder volmaakte verhalen, die zijn leuker! De vorige keer vertelde ik over mijn enigszins moeizame kennismaking met de Clio, in de berm stranden met je auto en een vulkaanexpeditie. Dit alles was nog niks vergeleken met de volgende avonturen…

Ajuy
Door het vulkaan beklimmen had ik last van mijn knie, waardoor ik de dag erop niet zoveel kon doen. Bovendien regende het. Daarom besloot ik weer met de auto op pad te gaan, dit keer naar Ajuy. Intussen zul je misschien denken: “Marieke, waarom nam je niet iemand mee tijdens je trips, bijvoorbeeld iemand uit het huis of van de Spaanse les?” Goed punt! Helaas had vrijwel iedereen overdag surfles.

Ajuy was 1 uur en 15 min rijden, dat leek mij goed te doen. Terugkijkend denk ik dat ik die inschatting heb gemaakt met een treinreis in gedachten. Ik had geen rekening gehouden dat het langer kon duren i.v.m. regen, pech, mijn rijstijl (lees: ik heb niet overal de maximale snelheid aangetikt) of, jawel, het energielevel van de chauffeur. Vriendlief herinnerde me later dat ik in Nederland nooit zo lang achter elkaar rijd, zéker niet alleen. Maar ik was op weg en teruggaan was geen optie meer. Ik kan me de reis naar Ajuy niet meer zo goed herinneren, wellicht heeft dat te maken met wat er bij aankomst gebeurde.
Ajuy bleek een klein dorpje met een groot donkerbruin strand en een wandelroute langs de rotsen (denk aan Lagos in Portugal). Aangekomen in Ajuy moest ik op zoek naar een parkeerplek. Vanuit de hoofdweg kwam ik uit bij het strand. Naast het strand lag een klein parkeerterreintje met één ingang en daar omheen lagen twee volle terrassen… (je ziet waar dit heen gaat). Ik zag een lege plek, reed de parkeerplaats op – en concludeerde toen dat het niet ging passen. De enige weg terug achteruit. Maar door al die toeschouwers (en het feit dat ik net 2 uur door de regen had gereden) voelde ik een behoorlijke druk. Ik was er bijna uit, maar reed toen zo snel achteruit dat ik de voet van een lantaarnpaal raakte – KEDEEENG – schrok me kapot, probeerde het nog een keer – KEDEENG KEDENGG…
En toen bevroor ik. Door het lawaai was ik ervan overtuigd dat ik schade had gereden en ik wist niet meer wat ik moest doen, niet in het minste omdat die twee terrassen toekeken. Gelukkig kwam er een meneer naar me toe. In het frans probeerde hij me iets duidelijk te maken, we riepen allebei dingen, ik vroeg “Is there damage??!”, hij zei: “De rien! De rien!” Maar ik was nog niet gerust. Hierop kwam zijn vrouw naar me toe die Engels kon. Ze vertelde me nogmaals dat er geen schade was. Dus ik helemaal opgelucht, maar ze wilden alweer weggaan – Neee!!! – “But I still have to get out of here!!”, waarop de fransman m’n stuur overnam en het wagentje in één draai de goede richting op zette. Ik zag het hem doen en dacht: “Marieke. Dat had je zelf ook wel gekund”. Vervolgens maakte ik dat ik weg kwam, weg van de terrassen en het publiek. Honderd meter verderop vond ik een halflege parkeerplaats waar ik in één keer in het vak stond. Pfiew.

Daarna wilde ik natuurlijk het liefst meteen naar huis. Maar aangezien de trip dan voor niks was geweest, liep ik terug naar het strand, waar ik voor m’n gevoel een Walk of Shame langs de terrassen deed. In mijn hoofd oefende ik Franse zinnen en verzamelde ik moed… waarna ik op de Franse meneer en zijn gezin afstapte. Ik zei (in Frans/Engels) dat dit mijn eerste vakantie was waarbij ik alleen autoreed en dat “quand quelque chose ne va pas, je suis très très très stressé!”. De vrouw moest lachen en zei: “Panique!” “OUI!! OUI! Panique panique!”

Vervolgens heb ik ruim een uur over de rotsen langs de zee gelopen, dat was prachtig! Op de terugweg kwam ik de Fransen weer tegen, werd er weer ongemakkelijk Frans/Engels gebrabbeld en heb ik ze aangeboden een foto van hen op het strand te maken. Daarna nam ik plaats op één van de terrassen (dat durfde ik intussen weer), bestelde wat te eten en ging vervolgens op weg naar ‘huis’. Die terugweg leek 6 uur te duren, onder andere omdat ik bij elke rotonde supersnel de radio uit moest zetten om niet afgeleid te worden en ik me zonder radio takke verveelde. Op het eind begon ik zelfs een soort nep Italiaans/Zweeds/Russisch te praten om mezelf maar te vermaken. Na 2 uur was ik thuis.

Isla de Lobos
Na Ajuy zat ik behoorlijk aan mijn auto-taks. Eén middag ben ik naar El Cotillo (25 min rijden) geweest om te snorkelen, daar kwam ik de Fransman en zijn fam weer tegen en daarna was het klaar met de lange autotochten.

Een dag later vertrok ik ’s middags met mijn gehuurde fiets op de boot naar Isla de Lobos, een klein eilandje vlakbij Corralejo waar per dag maar 200 mensen op mogen. Het had me behoorlijk wat moeite gekost om een ‘kaartje’ voor het eiland te krijgen (lees: communiceren met een SUPERchaggo Spaanse verkoper) en ik kon maar een uur of twee op het eilandje blijven, wat maakte dat ik me wat opgejaagd voelde. Het hielp ook niet dat de paden niet zo fietsvriendelijk waren. De baaitjes op Isla de Lobos waren zó mooi dat het net was alsof ik op de Malediven was. Er waren dus ook drie fotoshoots voor influencers gaande, iets waar ik minder zin in had dus ik fietste naar een strandje. Ik legde wat gespannen mijn spullen tussen een gezinnetje en een prullenbak in om daarna op de chillste plek ooit te zwemmen: een enorme baai van ondiep water met uitzicht op vulkanen, rotsen en zee.

Na het zwemmen pakte ik mijn spullen in en fietste terug. Maar na een paar minuten ontdekte ik dat ik mijn telefoon niet meer had: WAT??! Tot die tijd had ik continu gecheckt of ik alles nog had, waardoor dit extra frustrerend was. Ik wilde naar huis bellen, maar dat kon niet. Dus ging ik weer terug naar het strand, strontchagrijnig, helemaal klaar met het alleen op vakantie zijn en niet eens even kunnen zwemmen in het mooiste bijna-Malediven baaitje voor je. Aangekomen na wat een eeuwigheid leek, trof ik mijn telefoon in het zand naast de prullenbak: niet gejat, niet door een vriendelijk iemand bewaard (wat ook een gedoe was geweest), niet bedolven in het zand… Weer geluk gehad.

Flag beach
Nog steeds automijdend crosste ik de dag erop met m’n fietsje door Corralejo. Na chillen, shoppen en lunchen kwam ik aan bij een groot strand, Flag beach, met heeeeel veel kitesurfers. Bij het parkeren van mijn fiets werd ik aangesproken door een Duitse kerel (die noem ik even Rudi), die uiteindelijk meeliep naar het strand. Hij bleek 46 maar zei dat hij meestal jonger werd geschat (niet zo gek als je een pet, shirt met blije opdruk en kleurige sneakers aan hebt) en ‘ook op jongere vrouwen viel, maar de grens was wel 25’. Ik ging daar verder niet op in en keek naar de zee vol kitesurfers terwijl Rudi een poging tot vliegeren deed wat nogal mislukte. De kitesurfers maakten enorme sprongen door de lucht, ik vond het geweldig om naar te kijken en vond het ook wel prima om wat gezelschap te hebben.

Na een uur ofzo besloten we terug te gaan naar de stad. Bij mijn fiets aangekomen kon ik mijn fietssleutel nergens vinden. Ik hoopte op net zoveel geluk als met mijn telefoon, maar dit keer hadden we geen herkenningspunt (zoals een prullenbak) om te weten waar we hadden gezeten. En in het zand een klein sleuteltje zoeken is wel wat anders dan een telefoon. Dus dat lukte niet. De mannen van de kiteverhuur hadden ook niets gevonden, dus opeens zat ik met een fiets die niet van het slot kon en wél terug moest naar de fietsverhuur. Oh en ik moest ook nog eens om 17 uur terug zijn voor de Spaanse les. Ik zei tegen Rudi dat er vast wel een surfersbusje langs zou komen die een fietslift zou kunnen geven, maar na 7x afwijzingen was ik er wel klaar mee. Waarop Rudi zei dat hij de fiets wel terug zou brengen, in één beweging dat ding op één wiel zette en hop aan de wandeltocht begon. Onderweg kwamen we langs een strandtent waar, je verzint het niet, toevallig Rudi’s favoriete Hongaarse saxofoniste optrad, dus daar wilde hij wel even langs. Ik kon natuurlijk niet weigeren want hij was mijn fietsdrager. Rudi kocht een biertje voor me, waardoor ik me nog meer opgelaten voelde, maar aangezien die fiets nog 45 min lopen van de verhuurplek af was zei ik maar niet dat ik een vriend had. Dus ik luisterde naar een dame in panterpak die (KEI goed!!) Purple Rain op de saxofoon speelde terwijl Rudi een poging tot dansen deed. Onderweg was vooral Rudi aan het woord (iets met werk in de IT dat hij vanuit het buitenland kon doen). Tussendoor vroeg hij hoe oud ik was – 23 zei ik, want dat antwoord had ik voorbereid met geboortejaar en al. Onder de 25 dus; de teleurstelling was in zijn stem te horen. Na de fietsverhuur een paar euro voor het slot te hebben betaald, ging ik meteen door naar Spaans. Rudi vroeg wat ik die avond ging doen, maar ik had al een etentje met de surfclub staan. Eén van de surfchicks had aan iedereen verteld dat een vreemde man een uur lang mijn fiets door de stad had getild en iedereen vroeg zich af hoe ik dat voor elkaar had gekregen.

De dag erna vond ik eindelijk een buddy om een autoritje mee te doen: een Poolse jongen (Olaf) uit het huis wilde wel mee naar Flag Beach, 10 min rijden. Intussen was ik door het NIET autorijden nóg banger geworden en ik durfde amper nog… Maar Olaf gaf een heel andere vibe af dan Rudi. In de auto was hij uiterst kalm en hij bleef maar zeggen dat ik juist zo góed kon autorijden. Achteraf gezien zat ik natuurlijk met een POOL in de auto, die zal wel hebben gedacht waar hééft die chick het over, ze rijdt toch aan de goede kant van de weg??! Haha. Aangekomen bij Flag Beach ging ik nog even langs de kiteverhuur en natuurlijk: de fietssleutel was gevonden. Kon ik precies niks meer mee.

Vliegveld – Terugreis
Een dag later vertrok ik om 7 uur ’s ochtends in m’n bakkie richting het vliegveld, scared as hell omdat ik me niet meer kon voorstellen dat ik veilig een auto terug kon brengen, plus zelf zou kunnen tanken. Bleek allemaal gewoon mogelijk! However. Eenmaal aangekomen op het vliegveld had ik geen idee waar de auto in te leveren, ik was blij dat ik me überhaupt in een parkeergedeelte bevond. Ik kon alleen op geen enkel manier bij het autoverhuurbedrijf komen: de ‘juiste’ parkeerplekken zag ik gewoon staan, maar ik was opgesloten door allerlei kleine paaltjes. Na wat non-verbale communicatie met een mannetje van een ander bedrijf, begreep ik dat ik opnieuw door een slagboom moest. Het ENIGE wat ik ondertussen wilde doen was die kerel van het parkeerterrein mijn stuur overhandigen en zeggen hier heb je m’n geld, zet ALSJEEEBLIEFT mijn auto op de goede plek, kan me niet schelen hoe wat waar. Verrassing! Dat kon niet. En de slagboom kwam ik niet door, want ik had een ticket nodig. Bleek ik in fucking betaald parkeren te staan en eerst een ticket van een euro te moeten kopen voor m’n 2 minuten ‘parkeer’tijd. Eenmaal door de slagboom wist ik helemaal niet meer waar ik dan wél heen moest en miste ik opnieuw de afslag naar de autoverhuur: auto’s achter me waren aan het drukken, ik moest links afslaan, durfde niet, reed toch maar door, ging gelukkig niet opnieuw het betaald parkeren in, maar stond wel een hele tijd in een minifile van auto’s die wegreden van het vliegveld. In mijn derde rondje reed ik extra langzaam en heb ik in een dappere move m’n Clio dat stomme exclusieve autoverhuurparkeergedeelte in gegooid. Hop naar het vliegveld. Ik voelde me snel minder knullig: één van de surfchicks was haar PASPOORT vergeten mee te nemen naar het vliegveld. ‘t Kan altijd erger.

De afgelopen maanden heb ik nauwelijks autogereden in Nederland, aangezien we geen auto hebben. Naar aanleiding van Deel 1 kreeg ik vaak de opmerking dat ‘rijden in het buitenland nóg spannender is’. Chaufferen in Fuerteventura is echter heel anders dan in bijv. Zuid-italie. In Fuerta is het heel rustig op de weg: alleen de rotondes, dorpjes en parkeerplekken zijn spannend. Terwijl in Italië, waar ik in september 2 weken rondreed, er standaard óf een irritant drukke Italiaan achter me zat óf een irritant slome Italiaan voor me.

Zou ik nog eens alleen een auto huren op vakantie? Nou… niet meer voor een hele week, misschien voor een dagje en dan alleen voor tochten van max 45 minuten. ‘Graded exposure’ noemen psychologen dat :-).

Met je rijstress op Fuerteventura – Part 1

Dag lieve mensen,

Na een lange blogstilte ga ik weer eens een poging wagen. Een poging die intussen alweer drie maanden is uitgesteld, namelijk: ik heb nog wat leuke anekdotes over mijn vakantie op Fuerteventura in april. Ik heb allerlei leuke dingen meegemaakt, maar ik ga jullie toch voornamelijk over de pechsituaties vertellen, met name mijn auto-avonturen: die zijn nou eenmaal het grappigst :). Als dat niet je interessegebied is, dan zou ik nu niet verder lezen als ik jou was ;-). Er ging veel mis dus hou je vast:

In april heb ik een week Spaanse les gevolgd op Fuerteventura. Ik verbleef in een soort studentenhuis met andere reizigers die naast Spaanse les ook surflessen volgden. Ik deed dat niet: ik heb meerdere keren in mijn leven geprobeerd een stoere surfchick te zijn (Byron Bay, Mimizan, Baleal), maar ik ben het niet. Op aanraden van een collega had ik een auto gehuurd voor de hele week. Zoals de meeste van jullie weten heb ik nog niet zo lang mijn rijbewijs – vorig jaar heb ik deze EINDELIJK gehaald door een faalangst-rijexamen te doen – dus het plan om helemaal alleen een auto te huren was op zijn minst bijzonder. Achteraf gezien had ik het misschien niet zo goed doordacht.

Vliegreis
Want een week voor vertrek besefte ik me dat ik eigenlijk nog maar één keer alleen auto had gereden, namelijk toen ik mijn vriend ging ophalen van het treinstation. De stress was al een tijdje aan het opbouwen, toen uiteindelijk in het vliegtuig (waar ik toch altijd al licht gespannen ben want ja: neerstorten?) de paniek toesloeg, nadat ik ontdekte dat ik de pincode van mijn creditcard nodig had om de auto te huren. En die wist ik niet (dacht ik). Vervolgens probeerde ik alle adviezen die ik anderen zou kunnen geven toe te passen op mezelf om rustig te worden (denken “Het komt wel goed” / de stress ‘toelaten’ / mindfulnessoefeningen), maar niets hielp. Ik had een zeer onplezierige heenvlucht en heb me meerdere keren afgevraagd waarom ik dit ook alweer ging doen.

Vliegveld – Heenreis
Op het vliegveld aangekomen sloot ik aan in de rij van het verhuurbedrijf. Daar bleek nog een meneer peentjes te zweten omdat hij geen creditcardpincode had. Ik raakte aan de praat met een jonge kerel die ook richting Corralejo moest rijden. De auto die ik online had ‘gekozen’, een Volkswagen Polo, bleek ‘op’. Of ik dan een andere wou, waarop ik een naam en plaatje te zien kreeg waar ik natuurlijk helemaal niks mee kon, want ik weet ongeveer net zoveel van auto’s als van Shetland pony’s. Dus ik trok m’n nieuwe makker (we noemen ‘m even Rick) aan de mouw en vroeg of deze auto een beetje oké was. Tussendoor werd me ook nog een cabrio aangeboden en aangezien ik op tilt was geslagen vroeg ik Rick “Dat is toch zonder dak?” – “Nee dat wil ik niet”, denkende dat ik dan helemaal geen dak zou hebben de rest van de week haha. Leek me niet zo handig in regen. Uiteindelijk bleek ik geen pincode nodig te hebben én bleek ik mijn pincode gewoon te weten – natuurlijk.
Na het ontvangen van de sleutel keek ik Rick lief aan en vroeg ‘m of ik misschien achter hem aan mocht rijden naar Corralejo, dat mocht. Hij moest alleen wel even wachten tot ik klaar was met het 10x laten afslaan van de motor terwijl ik uit de parkeerplek probeerde te komen… ff wennen hè. Corralejo bleek opeens 30 minuten rijden, ik dacht dat het 15 minuten was (ik weet ook niet waarom) en het was ook nog allemaal snelweg. Dus op weg naar Corralejo heb ik bijna blindelings achter Rick aan gereden, nauwelijks snelheidsborden gezien (die waren er wel) – totaal in overlevingsstand. Onderweg ging nog per ongeluk mijn ruitenwisser aan en ik kreeg ‘m niet uit. Die wissers gingen dus piepend over de droge ramen terwijl ik van alles probeerde om ze te stoppen en daardoor juist m’n richtingaanwijzers aandeed en weet ik veel wat nog meer: ik zweer je het had zo in een Mr. Bean film gekund. Vlak voor aankomst sloeg Rick af, maar hij zag gelukkig dat ik stopte, waardoor ik kans kreeg om hem te bedanken. Voor hem was het misschien niet iets groots om te doen, maar ik was ‘m enorm dankbaar dat ie me zo op sleeptouw had genomen. Ik vind het elke keer weer supercool dat mensen je zomaar helpen bij dit soort dingen, dat maakt een trip echt gedenkwaardig.

El Puertito de Molinos
Mijn Spaanse lessen waren doordeweeks om 17.00u, dus lange tripjes moesten in het weekend. Ik had wat tips voor leuke dorpjes gekregen en besloot op zondag naar El Puertito de Molinos (‘de kleine molen’) te rijden. Drie kwartier rijden, dus dat kon wel. Ik had natuurlijk geen autotelefoonhouder of iets dergelijks meegenomen vanuit Nederland… dus dat navigeren ging lekker vanuit de hand (ja pap, dat is héél gevaarlijk). Onderweg kwam ik in een enorm landschap van vulkanen terecht, echt overweldigend en supergaaf!! Ik besloot even van de weg af te gaan om te kijken, maar de ‘parkeerplek’ lag vol met grind dus dat kletterde als een malle, waardoor ik me rot schrok. Toen ik terug de weg op wilde gaan was ik bang voor de drempel (van het asfalt van de weg), ik schrok weer van het grind en vroeg me af of de auto dan nu kapot was aan de onderkant?? (er is me intussen uitgelegd dat dit niet iets is om je druk over te maken). Bij het wegrijden begon er vervolgens iets keihard te piepen, het hield maar niet op, wat uiteindelijk bleek te gaan over de deur aan de kant van de bijrijder die niet goed dicht zat (ik weet niet waarom die deur überhaupt open was geweest). Maar ik kon niks doen, want er was nergens een plek om te parkeren, alleen maar één groot stuk aan weg en vulkanen, dus ik heb een aantal minuten in het gepiep gezeten. Toen ik weer in de bewoonde wereld was wist ik dat ik ergens moest stoppen om de deur goed dicht te doen. Maar door de opgebouwde spanning (drempel, grind, gepiep) kon ik niet meer rustig nadenken. Dus toen ik een plekje naast de weg zag dacht ik (blijkbaar) dat ik die meteen moest pakken, waar de auto achter me (terecht) niet zo blij mee was, en ik achteraf ook niet, want zo’n chille plek was het niet.
En zo ontstond het eerste moment van mijn vakantie dat mijn hartslag boven de 200 kwam: nadat ik de bijrijdersdeur had dicht gedaan, kwam ik niet meer weg. Voor me stond een paaltje en achter me was een drempel van het asfalt; ik moest dus achteruit de hellingproef de weg op doen. Dat is hét moment waarop ik normaal gesproken iemand zou vragen om het over te nemen. Terwijl ik constant achterom en in de spiegels keek of de weg vrij was, probeerde ik achteruit de rijden, maar de motor sloeg af… en toen weer en opnieuw en opnieuw. Intussen was ik er van overtuigd dat ik óf schade zou rijden óf nooit meer weg zou komen.

Op een gegeven moment nam ik een pauze en zag dat er verderop een man ging parkeren. Hij ging de auto uit en was duidelijk mijn rijkunsten (HAHA) aan het observeren. Wonder boven wonder ontdekte ik dat de handrem er nog op stond (!!) en dat daardoor de motor steeds afsloeg. Zonder handrem kreeg ik eindelijk de auto weer de weg op en in het kleine weggetje gemanoeuvreerd waar verder geen verkeer reed, zodat ik even kon ademhalen. De meneer was intussen al mijn kant op gelopen en ik wist niet of ik nou nog moest stoppen om hem uitleg te geven over wat er was gebeurd of dat ik de auto door moest laten rollen, ik koos het laatste. Vervolgens belde ik mijn zus. Tot dat moment had ik het thuisfront nog niet verteld dat ik een auto had gehuurd, om zorgen te voorkomen :-). M’n zus stelde me gerust, de meneer begon weer terug te lopen. Helaas heb ik me de rest van de dag schuldig gevoeld dat ik niet even naar deze man was gelopen om uitleg te geven, hij was tenslotte de enige voorbijganger die was gestopt om me te helpen.

Ik zette mijn reis voort naar El Puertito; het enige wat ik wilde was daar aankomen, wat eten en nergens meer in de problemen komen. Aangekomen bij El Puertito dacht ik een smal weggetje te vermijden maar reed ik daardoor mezelf bijna weer klem door de auto met de voorkant naar beneden op een helling te parkeren (dus weer achteruit hellingproef). Gelukkig ging de auto naast me net weg, waardoor ik kon draaien. Intussen vond ik autorijden echt de verschrikkelijkste activiteit ooit.
Bij El Puertito at ik een heerlijk avondmaal aan zee voor geen geld. Wel met tijdsdruk want ik wou voor het donker thuis zijn. De terugreis verliep, op de vele drukkende taxi’s na, goed.

Vulkaan
De volgende ochtend vertrok ik samen met een Duits meisje (Isabella) rond 05.00u om de nabije vulkaan te beklimmen. Dat was goed te doen en echt wel cool! Isabella wilde eerst vanaf de ‘binnenkant’ van de vulkaan naar boven klimmen, maar ik vond het veel te steil en gaf aan wel te wachten tot zij het pad kon vinden. Dat kon ze niet en uiteindelijk bleek het pad heel ergens anders te liggen. Toen we eenmaal op de vulkaan stonden, was te zien hoe enórm steil (en dus onmogelijk) het was geweest om vanaf de binnenkant naar boven te hiken, best freaky. Bovenop de vulkaan waaide het keeeeihard, best wel spannend, maar het uitzicht was fantastisch!
’s Avonds was de eerste Spaanse les, bijna een privé-les, want we waren maar met zijn drieën!

Stay tuuuned voor part 2 voor alle Fuerteventura voertuig- (niet alleen auto-)avonturen!

Ff kletsen met Bert

straatnieuws

Ik loop door de stad, op weg naar de bieb, om twee boeken op te halen. Bij de ingang van de bieb staat de meest treurig uitziende Straatnieuwsverkoper die ik ooit heb gezien. Ik denk aan een artikel dat ik ooit heb gelezen over straatnieuwsverkopers, of misschien gewoon over zwervers, en hoe je hen kan helpen. Eén van de tips was: zeg hallo. Ik sla die tip meestal over, omdat ik bang ben dat zo’n verkoper dan denkt dat ik zijn krant ga kopen maar die wil ik niet, want ik heb al genoeg zooi thuis liggen om te lezen.

Maar dit keer doe ik het anders, want ik wil aan mijn zwerveretiquette werken. Ik begroet hem dus netjes. Bieb in, boeken halen, bieb uit; meneer staat er nog steeds intens treurig te wezen. Ik loop naar mijn fiets. Ik weet dat tip 2 uit het zwerverartikel ‘Maak een praatje’ was, maar ik wil niet. Ik durf niet, merk ik. Nooit bedacht dat het voor een voorbijganger ook spannend is om een dakloze aan te spreken, in plaats van andersom. Ik loop richting huis en zie mezelf al thuis zijn, vergetend dat dit is gebeurd. Maar op dit moment knaagt het nog.

Dus ik pak mijn portemonnee en kijk of ik munten heb om toch zijn krant te kopen: als ik een excuus heb durf ik ‘m toch makkelijker aan te spreken. Naast me gaat een djémbespeler, die zicht krijgt op mijn portemonnee, opeens superenthousiast spelen met de grootste grijns ever op zijn gezicht! Maar ik denk: leuk vent die trommel en je creepy lach, maar daarvoor kom ik niet.
Zonder munten, maar met een briefje van vijf en mijn fiets in de hand loop ik naar de Straatnieuws-verkoper. De eerste zinnen van onze interactie lopen door elkaar en ik gooi er zo’n zeven keer een “Wat zeg je?” in. Hij heet Bert, zo blijkt. Ergens valt de vraag of Bert een Straatnieuws voor me heeft en of hij geld terug heeft van een vijfje. Bert begint al zijn zakken af te zoeken: twee jaszakken, vier vakjes in zijn tas – hij kijkt nog net niet in zijn schoen ofzo – op zoek naar wisselgeld. Ik wacht tot ie klaar is: toch weer zo’n principe ding van ‘denk maar niet dat ik je krant voor teveel geld ga kopen’. Ik besef me opeens dat ik zometeen met takkeveel kleine kutmuntjes zit, maar ik kan niet meer terug. Uiteindelijk vindt Bert 1,25 euro aan muntjes, zijn krant is 2,50. Ik ga akkoord. Van die 1,25 winst kan hij vast niet veel drugs kopen. (Wel bier trouwens, bedenk ik me nu! Lullig vooroordeel, ik weet het, maar de gedachte gaat door mijn hoofd voor ik er erg in heb).

Ik vraag aan Bert hoe het kranten verkopen gaat. Bert geeft aan dat hij mensen niet wil lastig vallen. “Als mensen je vervelend vinden, dan word je weggestuurd”.
Ik vraag hem hoeveel omzet die verkooptactiek hem tot nu toe heeft opgeleverd. Niks, zo blijkt. Dus ik vervolg: “Dan kun je misschien beter toch mensen aanspreken, net als die verkoper op station weet je wel, met zijn ‘Mooie mensen mooie mensen!’.
“Ja die verdient 500 euro per dag! 500 euro per dag!” zegt Bert. Ik twijfel over de correctheid van Berts uitspraak, maar dat hou ik voor me.
Bert noemt dat zijn buurman bij de Hema wel kranten verkoopt, omdat mensen hem kennen, ‘gewoon doordat hij daar staat’. Ik zeg dat het misschien ook komt doordat deze meneer wél tegen voorbijgangers praat (en hij voorheen de Hemadeur voor ze opendeed, wat hij niet meer mag doen, zo vertelt Bert me, omdat de Hemamanager heeft gezegd dat ‘de deur daardoor stuk gaat’ – Ja. Hoor.)

“Ja maar wat moet ik dan tegen mensen zeggen” mompelt Bertje.
“Nou, dat het zo benauwd is buiten bijvoorbeeld. Of je vraagt hoe iemands dag is.”
Bert mompelt een hoop mitsen en maren. Uiteindelijk spreken we af dat hij vandaag één persoon gaat aanspreken.

Ik loop naar huis, kijk om, en zie dat Bert een beetje is opgeveerd. En eigenlijk ben ik dat ook wel.
Laatst werd me gezegd dat mensen alleen minderheden helpen om zelf een goed gevoel te krijgen. Nou, een goed gevoel is het. En Bert is er ook niet slechter van geworden. Nu nog kijken wat ik met die krant en lading muntjes ga doen.

#kots

Hij komt bij mij en begint over zijn ex.
“Ze heeft een nieuwe vriend”.
“Oh” zeg ik.
“Ja” zegt hij. “Ik zag het op facebook. Hun vakantiefoto’s.”
Stilte.
“Met mij wilde ze niet op vakantie, weet je dat? Althans, die indruk kreeg ik. Ze plande in ieder geval allemaal tripjes met anderen.”
Ik vraag hem wat hij van de foto’s vond. “Tsja.. nou, ze lijken wel gelukkig. En die gast is facebookvrienden met zo’n beetje d’r hele familie. Die kent ‘ie blijkbaar allemaal al. Zelfs die tante die dertien cavia’s had liket álles wat hij post.”

“Wat vind je daar dan van?” zeg ik.
“Stom. Haha nee, grapje, ik vind het wel prima. Of ja, ja, ik heb er geen mening over eigenlijk. Het zal wel. Maar ik denk dan gewoon: ‘Goh, dus hij wel.’ Ik zag ook dat hij fan is van Ajax. Waren ze samen naar een wedstrijd geweest. Zij houdt echt van voetbal hè. Ik vond het wel stoer, zo’n voetbalchick. Maar zelf geef ik niks om voetbal. Dat snapte ze niet, zei ze: ‘Je bent toch een man??!’ ‘Klopt’ zei ik dan, en dan maakte ik daar een grapje over dat ik maar niet met jou zal delen.” Hij doet iets wat op een knipoog lijkt.

Hij tikt op de tafel en kijkt uit het raam. Tik tik tik. Ik wacht.
“Eén avond werd ze oprecht boos omdat ik niet wist dat Ajax speelde. Ik heb zó gelachen toen!” Hij grijnst: “Dat hoofd! Je had het moeten zien!”
Weer een stilte.
“Die avond zei ik dat ik haar leuk vond. Dat was geen nieuws, hoor. Maar het was wel de eerste keer dat ik het hardop zei. Ze mompelde iets van ‘Ja, ja.. ehh.. ja, je weet toch dat ik dat ook vind’ en daarmee was de kous af. Een paar weken later perste ze er zelfs een ‘ik vind je leuk’ uit. Dat was duidelijk een heel ding voor haar.”

Hij zucht en kijkt me aan: “Weet je, mijn vriendin en ik zeggen eigenlijk constant dat soort dingen tegen elkaar.” Hij moet hardop lachen. “Zij blèrt dan: ‘IK BLIJF ALTIJD BIJJJ JEEEEEEE!’ waarop ik dan roep dat ze de lekkerste is, want dat is ze. En de liefste, want dat ook. Ja ik weet het, hashtag kots. Heb je een teiltje, enzovoorts.”

Hij draait aan zijn horloge. “Ik vraag me dan af wat ze tegen hem zegt. Of zij samen anderen wel eens braakneigingen bezorgen.”
“Wat denk je?” zeg ik.
Hij zit weer aan zijn horloge.
“Ik denk het niet”, mompelt hij met een kleine glimlach. “Ik denk het niet.”

Exen in Action

image
Het is de eerste dag van de kerstvakantie. Ik heb zowaar twee hele weken vrij genomen en de eerste dag bestaat uit administratietaken en klusjes. Declaraties versturen, dat H&M pakket wegbrengen, postzegels halen, nietjes. Oh ja en kijken of ze nog hondenspeeltjes hebben bij de Action, voor die collega. Jeeeminee drukte in de Action!! Ik ben twee seconden binnen en zie een ex van jaren terug staan. Met een meisje. Vast zijn vriendin. Diep over de rekken gebogen, flink aan ’t overleggen. Zouden ze gaan samenwonen? En alvast Action-inkopen doen? Maar z’n vriendin was toch blond? Is dit dan weer een nieuwe, loop ik zo erg achter? Nouja, ik zie hem zo wel weer, hij komt toch overal bovenuit. Soort grote vriendelijke reus is het. Oké focus op je eigen klussen Marieke. Hondenspeeltjes. Ik loop langs de rekken, word verleid door muziekmakende kerstspeeltjes: Ja maar ik heb al een dansende kersthond. Klopt… maar nog geen zingende vis. Oke, goed punt, ik gooi de vis in m’n boodschappenmandje. Is die ex er nog? O ja, ik zie z’n hoofd boven een rek uitsteken. Focus Marieke. Hondenspeeltjes.

Ik vraag aan een medewerker of ze hondenspeeltjes hebben: Ja hoor, schap 5 aan de rechterkant. Ter hoogte van schap 4 denk ik iemand te herkennen. Ooooooh.. dat is die ene jongen die bij de Neude woonde..! Jeeeetje ik ga ook eens naar de Action hoor, meteen een gathering of the exes. Extion zou ’t moeten heten. Blij dat ik vanochtend make-up op heb gedaan zeg. En kijk eens aan, hij is ook met zijn vriendin! Oh en hij is kaal, precies zoals ik toen voorspeld had!! Dudged a bullet. Of eigenlijk: dudged a bowlingbal! Haha. Arme vent. Zouden deze twee dan ook gaan samenwonen?? Is de kerstvakantie soms het moment om samen je uitzet in te slaan bij de Action? Dat heb ik even gemist dan.
Wheeere tooo goooo op elke schaphoek staat een ex. Hoe zou dat zijn, een winkel gevuld met al je exen? Heel Ongemakkelijk waarschijnlijk. Ik zou denk ik de leukste opzoeken en hem aan mijn zijde houden tot de uitgang, onderweg nog een paar vuile blikken werpend. Ondertussen heb ik mijn speeltjes gevonden maar bowlingbal en zijn vriendin staan er voor. Awwkwarrrdd. Ik drentel een beetje door schap 6 tot ze weg zijn en ga er dan voor: een piepende hamburger- én sandwich, score!!

Op weg naar de uitgang word ik tot nog vier aankopen verleid. Bij de kassa aangekomen staat ex 1, de GVR, voor me, met nog één klant ertussen. Ik leg de hondenspeeltjes en andere onzin op de band, waarop het kind achter me zegt: “Cooool is dat een HAMBURGER?! Is dat voor je hond??! Gaat ie dan piepen??” en hij klimt op de kassa om het ding te laten piepen. Het lukt ‘m niet. Ik zeg: “Zal ik hem laten piepen?” en ik knijp in de hamburger: pieeeeep. Wat een feest hè. Kind is blij, zegt: “Kijk, ik heb drie tandenborstels!” Ik brabbel wat terug en ondertussen loopt mijn spanning op: ga ik zo met de GVR praten en zo ja hoe lang dan en wie is dat meisje? Ik voel mn hart kloppen; gaat weer nergens over deze stress, doe normaal Marieke. Ik reken af, waarna ik door de GVR wordt gecomplimenteerd met mijn mooie aankopen. Ik zie zijn grijns en voel een lach opkomen. Het is weer 2009. Ik vertel dat het een cadeautje is en vraag of ze hun wekelijkse boodschappen net hebben gedaan. Hahaha – nee. Hij zegt dat ze suprise-inkopen hebben gedaan en dat je maar blijft kopen in zo’n Action. Ik zeg, met de zingende vis in mn armen, dat ik daar helemaal geen last van heb. Ondertussen denk ik: wanneer wordt dit gesprek te lang? Is het misschien toch zn zusje? Hoe lang tot het raar wordt?
Ik hoor een “Maar eh.. hoe – ” maar roep al: “Oke, nou veel plezier dan hè!” waarop hij stamelt: “Oh ja… oké.. jij ook” waarna ik wegloop. Godver. Ik had het best leuk gevonden om te horen hoe het met hem ging. En hij stond op het punt dat aan mij te vragen. Typische flight-reactie dit ©. Loop ik dan, met mn piephamburger. Nouja, wel een tof ding. Pieeepp. Misschien hou ik ‘m zelf wel.

© Jasmijn van Genesen

The Machu Picchu Men

MachuPicchu1

So, here’s a story in English, since I’ve heard from foreign (girl)friends that the phenomenon I’m going to share with you is familiar to them too.

Today, boys and girls, we’re gonna talk about guys on datingapps! For those of you who didn’t know already: I’m currently single. So I’m totally allowed to check out what those cupid apps are all about. I’m talking Tinder, Happn, Dateme, Lexa, Parship, Knuz, Pepper, Inner Circle, e-Darling, Match4me, Badoo, Loveme, Loveyou, OkCupid, Relatieplapp, SinglesAroundMe and so on.

Ok so maybe I’m not really using all those apps – maybe I made some of these up, maybe I googled “date app Holland” to find more, but: I’m pretty sure most of them exist AND that they all have ONE thing in common, which is:

About 60% of the guys between 25 and 35 display a profile picture of themselves posing in front of Machu Picchu!

What is a ‘Machu Picchu’, you ask? Well, I didn’t know either; at first I thought it was the cute yellow animal from Pokémon. However, Machu Picchu appears to be an old village in Peru, originally from the Incas (you know I had to google that one). Unfortunately, I have never been there, but according to my dating apps, a lot of young Dutch men have. If you don’t believe me, just look at the previews I added to this story. Last week, when I started a search for Machu Picchu dating-app profile pictures, I found 17 of them within the hour (SEVENTEEN!).

So how has this village managed to spread itself all over the dating world? Well, I think it’s pretty clear why the Dutchies travel to Machu Picchu: it’s pretty, it’s ancient, it’s far from home and it makes for a great profile picture. (Also: I’m seriously considering the idea that there’s an alleyway with little houses with red doors on that mountaintop, where all the single men can “rest” after their climb).
However, I wonder what it is that makes these lads share this particular picture with their potential future wives/girlfriends/one night stands/justfriends/prela’s/kwarrels etc. Is it so they can show how travel minded they are? “Look at me, I’m standing on a mountain in a foreign country and there’s something cultural going on – this must tell you that I’m a very open minded, adventurous and exciting person!” They could also be trying to convince the ladies that they’re in very good shape because they’ve made it to the top of the mountain. That would actually be a nice deception, since Wikipedia tells me that the climb itself only takes about an hour. And my sister just told me that you can also take a bus. Last option is that it just makes a pretty background for a picture. I don’t know.
I do, however, know why The Great Ocean Road is NOT the most (but second most) popular datingprofilepicture-background: Australia is just too far away. These MP guys are all world travellers, as long as it doesn’t get too complicated. Or too expensive. Or the climb seems too long / mountaintop looks too far away / little bit of drizzle is just too annoying to be climbing that day anyway.

However, on the politically correct note of this piece: just because these MP chaps use the same picture, doesn’t mean they’re all boring guys. I’ve met some lovely, some handsome and some both lovely and handsome guys with Machu Picchu dating pictures. I mean, the fact that I’ve got the same H&M sweater as 6 out of 10 girls in my city, doesn’t automatically make me an unexciting person either. (Shush!)

Anyway, for all the ladies who enjoy browsing men with the swipe of a finger: I’m thinking about starting a facebookpage to collect those Peruvian profile pics! Take away the name, put a nice censor bar in front of the face.. Klaar is Kees! Who’s with me?!

In the meantime, I’ll be planning my trip to Peru, ‘cause apparently that’s where all the young & single Dutch men are! I’ll just go stand there with a fishing rod, waiting for one to bite! Oh and, they’ve got lamas there too!!!! What more could a girl want?!? Machu Pikachu, here I come!
Sorry, Picchu.

MachuPicchu3MachuPicchu2

By the way, this was my fathers response to this story:
tmp_9114-IMG-20151113-WA0002-966540963
(that face is me at age 5)

Bier

beer whatsapp
Ik ben aan het studeren met mijn raam open en hoor een auto de straat binnenrijden. Even later hoor ik een kinderstem zeggen: “Waar moet jij heen?” waarop een man zegt: “Hier, naar nummer 95”.“Wat ga je daar doeeen? …” Stilte. “WOOOOH dat is veel bier!!!!” De man mompelt iets. Ik hang ondertussen geamuseerd uit het raam, toch handig, zo’n zolder uit het zicht. Ik zie een donker jongetje en een blond jongetje van een jaar of 8, op het trappetje van mijn buren zitten. Daarnaast staat een klein meisje dat zich stil houdt en het spektakel aanschouwt, ik gok een zusje. De man blijkt er één van de AH bezorgservice, het huis blijkt het corpshuis van om de hoek. Aha: zie hier de ontvangst van de maandelijkse (wekelijkse? dagelijkse?) biervoorraad van mijn buren!
Eerst worden de volle kratten, met behulp van zo’n krattenwagentje, naar binnen getild. “Hoeveel bier is dat?” vraagt het blonde jongetje vanaf het trappetje. “Heel veel!” zegt de corpsbal, die met een krat in zijn armen, om het kind heen, naar binnen loopt. “Meneer? Hoeveel bier is dat?”. De meneer mompelt weer. Ik blijk wat laat deze situatie binnen te zijn gevallen: de nieuwe kratten zijn al binnen en de kratjes met lege flessen worden door de buurmannen naar buiten gedragen en op het wagentje gezet. Ze vragen de appie man of ze kunnen helpen met tillen, waarop hij zegt dat dat niet hoeft. Ondertussen staren de kiddo’s naar het krattenwagentje. “Ik denk dat… dat er.. 10 bier per krat in zit!!” zegt de blonde. De appie meneer corrigeert hem: ik kan het niet verstaan, maar het is duidelijk meer. Het jochie begint te rekenen. “Waaat!! Dus dit is 100 bier???!!” wijzend naar de eerste kratten op de wagen. Het andere kind probeert zich ondertussen voor te stellen hoeveel kratten er op het wagentje kunnen: 4.. 5.. 10… 11.. Ik zie in gedachten voor me hoe er 11 kratten op elkaar staan en de AH man wordt bedolven onder 5 kratten lege bierflesjes… 11 kratten op zo’n wagen haha, dat kind kan echt niet schatten. “Jullie drinken écht veeeeeeeeeeeeeeel bieeeeerr!!” zegt het blonde jochie tegen de corpsbal die net naar buiten komt lopen en hij herhaalt naar de man “Zij drinken echt veeeeeel bieeer!! Zijn zij soms alleen maar bier aan het drinken?? Ze zouden ook eens andere dingen moeten doen!” waarop de AH man mompelt: “Ja, studeren” terwijl hij de kratten in de wagen laadt. De corpsballen komen aanlopen met de overige kratten met lege flesjes, die ze in de bus zetten. “Zoveel bier heb ik nog noooooooit gezien!” begint het jongetje weer, waarop het andere joch zegt: “Oh, de vorige keer hadden ze veel meer hoor”. De man rijdt weg in de bus. Een ander kind komt bij de jongens staan en laat zijn nieuwe fiets zien. De corpsballen sluiten de voordeur. Ik moet weer studeren.